Home > Bandwegers FAQ

Bandwegers FAQ

Met welke nauwkeurigheid kan ik het debiet op een transportband meten?
De nauwkeurigheid van een bandweger wordt uitgedrukt in een bepaald percentage van het actuele debiet. Wij kunnen bandwegers leveren vanaf +/- 0,25% tussen 20-100% van het maximale debiet.
De te realiseren nauwkeurigheid is afhankelijk van een flink aantal factoren. De belangrijkste zijn de keuze van het weegframe, de mechanische staat van de bandtransporteur en de mate van fluctuatie van het debiet. Een gangbare nauwkeurigheid in vaak voorkomende processen is +/- 1%. Voor bestaande bandtransporteurs adviseren wij dat Logicontrol ter plaatse de situatie komt bekijken en bespreken alvorens de te behalen nauwkeurigheid vast te stellen.

Moet een transportband steeds horizontaal staan?
In een transportband kan ook gewogen worden in een hellende opstelling. De transportband wordt immers op nul afgeregeld wanneer de lege band reeds met een bepaalde kracht op de loadcells drukt. Wanneer materiaal over de band passeert genereert dit een extra kracht op de loadcells. De weegprocessor wordt dan zodanig afgeregeld dat deze extra kracht op de loadcells overeenkomt met het debiet dat passeerde over de band. (Bij voorkeur wordt hiertoe het gewogen materiaal opgevangen en nagewogen.) In een hellende opstelling is deze extra kracht weliswaar kleiner maar dit effect wordt gecompenseerd bij de afregeling. Na correcte afregeling is deze toestand herhaalbaar en kan er dus even goed op een helling een debiet gemeten worden.
Voorwaarde is wel dat het gewogen materiaal niet terug naar beneden rolt. Een helling tot pakweg 20 ° is normaal gesproken geen probleem. Grotere hellingshoeken is wel mogelijk, maar dit zal effect hebben op de nauwkeurigheid.

Moet voor een debietsmeting de gehele band gewogen worden?
Voor een bandweging op een lange band wordt middels een weegframe één of meerdere trogstellen of rollen gewogen. Zo wegen we het product over bvb. een meter band, in lengterichting bekeken. De extra kracht die de belading op deze loadcells genereert bepaalt samen met de snelheidsopnemer de debietsregistratie. Het is niet nodig om de gehele band te wegen. Hoewel dit in bepaalde gevallen toch kan aangewezen zijn, dit wordt echter door Logicontrol bepaald in functie van de toepassing.

Wat is de minimale bandlengte die nodig is om een bandweger te kunnen plaatsen?
De afstand op de band, die nodig is voor een weging wordt o.a. bepaald door de gewenste graad van nauwkeurigheid. In sommige gevallen volstaat het meten van één trogstel, voor ijkwaardige bandwegers kan een afstand van 3 trogstellen vereist zijn. Bovendien is het zo dat er een bepaalde afstand voor en na de band nodig is om de band mooi te laten uitlijnen op het weegsysteem. Een transportband waarin een bandweger moet komen heeft dus een bepaalde minimum lengte nodig. Deze minimum lengte is afhankelijk van de bandbreedte, type weegframe, en de keuze voor trogstellen dan wel vlakke rollen.

Kan een bandweger gebruikt worden om te doseren?
Dit kan door het debiet op de transportband te meten en aan de hand daarvan de toevoer naar deze gewogen band te regelen. De beste manier om dit te realiseren is een bandweger te plaatsen in een uittrekband die zelf het product uit de silo of trechter trekt. Door de bandsnelheid te regelen in functie van het gevraagde debiet kunnen wij een zeer goede dosering realiseren. Wegen na het regel (toevoer)mechanisme kan ook, Uiteraard hoe langer de afstand tussen de toevoer en de weging des te lastiger de regeling. Hoe regelmatiger de toevoer, hoe beter de regeling zal verlopen. Als er bvb. "gaten" zitten in de product toevoer, zal de dosering onrustiger worden.
De algemene regel is dat de dosering makkelijker gaat wanneer de band goed gevuld ligt, en men desnoods dan wat trager draait.
Het is ook mogelijk om met een bandweging een batch te doseren, dus een kuip of bvb. een vrachtwagen te vullen met een bepaald vooropgesteld gewicht. Nauwkeurigheden tot +/-1% zijn een realistisch uitgangspunt.

Als een band af en toe slipt, kan er dan nog gemeten worden?
Het volstaat een snelheidsmeting te voorzien op een slipvrije plaats bvb. op een teruglooprol. Als de band veelvuldig slipt zal dit een ongunstige invloed hebben op de weging en een regeling wordt er vanzelfsprekend niet gemakkelijker op.

In welke gevallen is het aangewezen om voor een schroef te opteren?
Wanneer er veel stof- of geurhinder bestaat kan een schroefweging een betere oplossing bieden. Een schroef is immers afgesloten. De mechaniek van de transportband kan eventueel hinder ondervinden van dit stof, een schroef heeft daar geen last van. Een schroefweging is doorgaans minder nauwkeurig dan een transportband weging.
Voor meer informatie over schroefwegingen verwijzen wij graag naar de betreffende pagina.

 

Waarom is een schroefweging minder nauwkeurig dan een transportbandweging?

Materiaal dat op een transportband ligt wordt altijd volledig meegevoerd door de transportband, op enkele uitzonderingen na, bvb. wanneer een transportband erg hellend is opgesteld en er materiaal terug rolt, of wanneer er materiaal van de transportband valt. Maar als als het netjes op de transportband ligt wordt alle materiaal volledig meegevoerd.

Een transportschroef heeft altijd een kleine speling tussen de schroef zelf en de wand van de transportschroef. In deze speelruimte kan soms materiaal blijven liggen en soms niet, in functie van bvb. samenstelling of vochtgehalte van het te transporteren materiaal. Materiaal dat blijft liggen geeft een foutieve verhoging van he debiet. Ook is het mogelijk dat de schroef sneller draait dan het materiaal zich laat transporteren, dit veroorzaakt eveneens een foutieve verhoging van het debiet. Het is niet uitgesloten dat het materiaal soms sneller loopt dan de schroef: bvb. erg droog zand kan als water door een hellende schroef lopen. Hetzelfde zand, maar veel vochtiger, doet dit dan weer niet. Het feit dat soms wat meer materiaal in de schroef blijft liggen is de belangrijkste oorzaak van de onnauwkeurigheid van een schroefweging.